Drijfmest op maisperceel vanaf 15 maart

Eerder is aangekondigd, dat drijfmest op maisland op zand- en lössgronden vanaf 2021 pas vanaf 1 april uitgereden mag worden. Inmiddels is aangegeven dat deze datum wordt verschoven naar 15 maart. Deze voorwaarde geldt niet voor percelen grasland die later worden vernietigd t.b.v. mais. Ongewijzigd blijft de nieuwe voorwaarde dat u alle percelen op zand- en lössgrond, waarop u mais gaat telen, moet melden.

Drijfmest uitrijden vanaf 15 maart

Op bouwland op zand- en lössgrond waarop mais verbouwd gaat worden mag u, volgens het nieuwe voorstel, pas vanaf 15 maart drijfmest en vloeibaar zuiveringsslib uitrijden. De eerder voorgestelde datum vanaf 1 april is dus naar voren gehaald.

Geldt niet voor grasland

Het blijft wel toegestaan om drijfmest voor 15 maart uit te rijden op grasland. Het gaat hierbij om grasland dat nog wordt geoogst of beweid, voordat de mais wordt ingezaaid. Heeft u gras ingezaaid als verplicht vanggewas na mais en gaat u dit gras nog oogsten of beweiden voordat u hier weer mais inzaait? Dan wordt dit ook als grasland beschouwd en hoeft u ook niet te wachten tot 15 maart.

Periode vaste mest

De uitrijperiode van vaste mest op bouwland op zand- en lössgrond blijft ongewijzigd en is toegestaan vanaf 1 februari.

Maisteelt uiterlijk 15 februari melden

Wilt u vanaf volgend jaar mais telen op zand- en lössgrond? Naast het feit dat u rekening moet houden met het bovenstaande, moet u de percelen waarop u mais gaat telen uiterlijk 15 februari bij RVO melden. Indien u een perceel niet aanmeldt, mag u op dat perceel in 2021 geen mais telen. Meld ook een perceel aan waarover u nog twijfelt, zo houdt u ‘alle’ opties open.