Voorstel mestforfaits melkvee, vaak gunstiger

Heeft u melkvee? Dan krijgt u vanaf 2020 wellicht te maken met aangepaste stikstof- en fosfaatproductienormen en diercategorieën. De aanpassingen zijn een voorstel en dus nog niet definitief. Wat gaat er veranderen?

Melkkoeien

Houdt u melkkoeien? Volgens het voorstel vallen de reeds bestaande normen lager uit. Wel wordt de tabel met de stikstof- en fosfaatproductie van melkkoeien uitgebreid met extra staffels voor melkproducties lager dan 5.624 en hoger dan 10.624 kg melk per koe.

Zelfzuivellaar

Bent u een zelfzuivellaar? Dan moet u op dit moment rekenen met 7.500 kg melk per koe. In het voorstel wordt onderscheid gemaakt tussen gangbaar en biologische zelfzuivellaars. Produceert u gangbaar? Dan moet u vanaf 2020 rekenen met 8.447 kg melk per koe. Bent u biologisch? Dan moet u rekenen met 6.580 kg melk per koe.

Melkkoe tot 12 maand na afkalven

Volgens het voorstel kan een melkkoe, ongeacht of u het dier melkt, pas 12 maanden nadat het laatste is geboren een weide/zoogkoe worden. Dit betekent dat de melkkoe tot 12 maanden na het afkalven onder diercategorie 100 blijft vallen.

Jongvee boven 2 jaar

Voor het jongvee ouder dan 2 jaar bestemd om een melk-/kalf- of zoogkoe te worden, moet u volgens het voorstel vanaf 2020 onder diercategorie 103 registeren. De normen van cat. 101 en 102 worden verlaagd.

Kalveren t/m 14 dagen

Bent u melkveehouder? Uit het voorstel blijkt, dat jongvee t/m 14 dagen geboren op melkveebedrijven altijd onder diercategorie 101 valt. Vanaf dag 15 kunt u de dieren, die bestemd zijn voor de vleesproductie, overzetten naar een andere diercategorie.